
Dit supereenvoudige toetje maak je in een handomdraai klaar. Doordat je veel verschillende soorten fruit gebruikt, is de crumble lekker zoet, maar niet té zoet. Afhankelijk van het seizoen kan je dit gerecht warm of koud serveren. Met dit recept maak je 8 porties.
Ingrediënten:
- 1 eetlepel speculaaskruiden
- snufje zout
- 50 gr roomboter
- 50 gr kristalsuiker
- 100 gr bloem
- 2 middelgrote appels (kies zuurdere appels zoals goudreinetten als je de crumble niet té zoet wil hebben. Ik heb elstar appels gebruikt, omdat ik een zoetekauw ben)
- 2 abrikozen
- 200 gr druiven
Bereiding:
- Verwarm de oven voor op 200 °C.
- Was het fruit. Schil de appels en de abrikozen en snij ze in kleine blokjes. Haal de druiven van de tros.
- Zorg ervoor dat je boter op kamertemperatuur is. Kneed de boter, bloem, speculaaskruiden, suiker en snufje zout samen. Dit geheel moet de consistentie van nat zand hebben: het plakt aan elkaar als je het stevig samenknijpt, maar valt ook makkelijk uit elkaar.
- Schep de druiven en blokjes appel en abrikoos in een ovenschaal of taartvorm en meng ze door elkaar.
- Kruimel het deeg over het fruitmengsel. Bak de crumble 40 minuten in de oven.
Serveer de crumble warm of koud, eventueel met een bolletje ijs.
Smakelijk eten!